Op de rand van Zemst en Mechelen loopt momenteel een pilootproject rond landbouwcomposteren, waarbij maaisel uit natuurbeheer een nieuwe toekomst krijgt als compost voor landbouwers. Binnen dit project brengt Natuurpunt haar beheerresten rechtstreeks naar een landbouwer, die ze samen met eigen reststromen verwerkt op een composthoop. Die compost wordt later opnieuw uitgereden op de landbouwvelden. Stad Mechelen steunt dit project en wil graag een gelijkaardige bestemming voor het maaisel van de stad.
Natuurorganisaties zoals Natuurpunt verzamelen bij natuurbeheer grote hoeveelheden maaisel en andere beheerresten. Vandaag moeten zij betalen om dat materiaal te laten verwerken. “Wanneer ze dit maaisel bij de boeren kunnen afzetten, ontstaat een duidelijke win-win", zegt Mechels schepen van Landbouw Arthur Orlians. “Natuurorganisaties vinden een duurzame en kostenefficiënte bestemming voor hun biomassa, terwijl landbouwers extra organische stof krijgen om hun bodemkwaliteit te verbeteren. Stad Mechelen is een grote voorstander van zulke samenwerkingen en onderzoekt of ook het maaisel van de stad in de toekomst op een gelijkaardige manier bij landbouwers kan terechtkomen.”
In totaal nemen drie landbouwers deel aan het pilootproject, elk met een composthoop waarin verschillende reststromen worden samengebracht. Tijdens het persmoment werd een lading snoeisel op de composthoop aangebracht als demonstratie van hoe dergelijke reststromen kunnen worden verwerkt. Met deze actie wil Mechelen tonen hoe lokale samenwerking rond reststromen in de praktijk werkt.
Ook landbouwer Stijn Van de Voorde is ervan overtuigd dat natuurbeheer en landbouw elkaar kunnen versterken: “Om een perceel goed te voeden is al snel ongeveer 15 ton compost per hectare nodig. Koolstofrijke maairesten uit natuurgebieden en reststromen van landbouwbedrijven kunnen samen worden omgezet in kwaliteitsvolle compost. Die verhoogt het organische-stofgehalte, verbetert de bodemstructuur en helpt water beter vast te houden. Op het veld zien we dus hoe waardevol deze compost is voor onze bodem.”
Schepen Arthur Orlians: “Door vandaag vers snoeisel op de composthoop te leggen, tonen we hoe biomassa die anders tegen betaling wordt afgevoerd, een tweede leven kan krijgen. Als naast het snoei- en maaisel van Natuurpunt we ook het snoeisel van onze stedelijke groendienst lokaal kunnen inzetten bij landbouwers, verminderen we transport en versterken we onze landbouwbodems."
Wat werkt in de praktijk, verdient een passend kader
Vandaag kan de samenwerking tussen natuurbeheerders en landbouwers enkel plaatsvinden binnen een Europees pilootproject. Dat kwam tot stand via het Europese project CITISYSTEM, waarin Stad Mechelen samenwerkt met Natuurpunt (CLOSECYCLE-project) en burgercoöperatie Klimaan (Commaan-project). Binnen dat kader brengen ze landbouwers, natuurorganisaties en kennispartners samen om lokale kringlopen mogelijk te maken.
De huidige regelgeving laat nog niet toe dat stedelijk snoeisel en maaisel uit natuurbeheer structureel samen met landbouwreststromen op landbouwbedrijven wordt gecomposteerd. Dat vormt een knelpunt: individuele landbouwers beschikken vaak niet over voldoende diverse reststromen om zelf hoogwaardige compost te maken. Tegelijk voldoet industriële compost niet altijd aan de verwachtingen van landbouwers die inzetten op levende bodems en natuurlijke opbrengsten.
"Dit project bewijst dat maaisel uit natuurbeheer geen afval is, maar een grondstof. Door lokale kringlopen te sluiten met landbouwers binnen het CLOSECYCLE-project, versterken we zowel de bodem als de samenwerking in de regio. We hopen dat een vlot wettelijk kader deze waardevolle praktijk snel structureel mogelijk maakt", zegt Naomi Breine van Natuurpunt en projectmedewerker van CLOSECYCLE.
“Landbouwcomposteren biedt een duurzame oplossing, maar mist vandaag de nodige rechtszekerheid”, vult schepen Orlians aan. “Nochtans werd eerder door de Vlaamse overheid aangekondigd dat er tegen eind 2025 een duidelijk wettelijk kader zou komen. Die beslissing is intussen al meerdere keren uitgesteld en duidelijkheid wordt pas verwacht tegen 2027. Vanuit de stad staan we klaar om samen te werken met onze landbouwers. Nu is het aan de regelgeving om te volgen.”
Stad Mechelen benadrukt dat ze constructief wil samenwerken met de Vlaamse overheid en administraties zoals OVAM om tot een haalbare en controleerbare regeling te komen. Intussen monitort het Proefstation voor Groenteteelt de testhopen en worden de ervaringen van de deelnemende landbouwers gedocumenteerd. De inzichten worden later dit jaar gebundeld in een brochure om ook andere landbouwers te inspireren. Van zodra het wettelijk kader er is, kan landbouwcomposteren uitgroeien van pilootproject tot structurele praktijk.
