Leest viert de voltooiing van de buitenrestauratie van de Sint-Niklaaskerk

Vanavond wordt de gerestaureerde Sint-Niklaaskerk in Leest feestelijk ingehuldigd, na intensieve werken aan het kerkexterieur. De buitenrestauratie omvatte de vernieuwing van daken, gevels, buitenschrijnwerk en glas-in-loodramen. Tijdens de inhuldiging wordt het resultaat van de restauratie voor het eerst aan het brede publiek getoond.

De Sint-Niklaaskerk behoort tot de oudste historische gebouwen van Leest. De parochie wordt al vermeld in 1129, in een oorkonde van bisschop Burchard van Kamerijk. Het vormt een tastbare herinnering aan de middeleeuwse oorsprong van de site, die doorheen de eeuwen meerdere uitbreidingen en vernieuwingen heeft gekend.

Romaans metselwerk

Doorheen de middeleeuwen groeide de site uit tot het religieuze en maatschappelijke centrum van het dorp. De ligging naast het kerkhof, dat tot vandaag behouden bleef, volgt het klassieke middeleeuwse patroon van dorpsontwikkeling. De toren fungeerde niet alleen als klokkentoren, maar eeuwenlang ook als herkenningspunt in het landschap en als oriëntatiepunt in een tijd zonder straatnamen of kaarten. De onderbouw van de huidige toren bevat nog romaans metselwerk, een zeldzaam overblijfsel van de vroegste kerk.

Lange bouwgeschiedenis

“De Sint-Niklaaskerk zoals we die vandaag kennen, is het resultaat van verschillende bouwfasen die samen een uitzonderlijke gelaagdheid vormen. Doorheen de eeuwen werd de kerk door brand, verwaarlozing en behoefte aan uitbreiding meerdere keren herbouwd en aangepast. Zo werd het middenschip tussen 1852–1855 heropgebouwd in neogotische stijl en uitgebreid met nieuwe zijbeuken zoals we die vandaag kennen. Tel daar de honderd jaar oude glasramen van Edward Steyaert bij, en je begrijpt meteen waarom deze plek beschermd is als monument”, aldus Greet Geypen, schepen van Monumentenzorg.

Binnenin bevinden zich nog originele elementen uit meerdere periodes: het achttiende-eeuwse halfronde koor (met latere aanpassingen van de vensteropeningen), de negentiende-eeuwse zuilenrijen en pleistergewelven (met behoud en aanpassing van de oudere dakstructuur van het middenschip) en de glas-in-loodramen van Edward Steyaert uit 1924, die artistiek en historisch hoogstaand zijn. De combinatie van romaanse resten, achttiende-eeuwse herbouw, negentiende-eeuwse neogotiek, en vroeg twintigste-eeuwse glasramen en interieurschildering, maakt de Sint-Niklaaskerk een uniek monument in de regio.

Dat we zo goed op de hoogte zijn van de geschiedenis van de Sint-Niklaaskerk is mee te danken aan Georges Herregods (1926-2017). Een functie als aalmoezenier van het garnizoen in Mechelen bracht de priester-kunstenaar in 1970 naar Leest. Tijdens zijn dertien jaren in Leest ontpopte hij zich op sociaal, artistiek en geestelijk vlak tot een verbindende kracht, die zelf ook een grote verbondenheid voelde met dit dorp.

Een band die tot op vandaag zichtbaar is in de vele keramieken van zijn hand. Zoals zijn Calvariekruis tegen de noordelijke sacristie van deze kerk en zijn tableaus in en aan verschillende woningen en in de Leestse kapelletjes. 

Zijn inzet voor het erfgoed van dit dorp wordt nu voortgezet door de vereniging Leest Geweest, niet toevallig vernoemd naar het boek dat Herregods samen met vele andere dorpsgenoten samenstelde over de geschiedenis van deze gemeente.

Investering in negen eeuwen geschiedenis

“Die gelaagdheid verklaart tegelijk waarom een grondige restauratie noodzakelijk was: elk bouwdeel reageert anders op vocht, veroudering en structurele belasting. De investering in de restauratie is dan ook een investering in bijna negen eeuwen geschiedenis, in een gebouw dat het verhaal van Leest van de twaalfde eeuw tot vandaag zichtbaar houdt”, klinkt het bij Greet Geypen.

De kerk had structurele en bouwfysische problemen: lekkende daken, gebreken in de hemelwaterafvoer, baksteen- en natuursteenschade, uitgespoeld voegwerk, aangetast houtwerk en degraderende glas-in-loodramen die hun stabiliteit verloren. De materiële schade bedreigde op zijn beurt de erfgoedwaarden van het als monument beschermde kerkgebouw. Het stadsbestuur zette daarom een uitgebreide restauratie op poten, ondersteund door het Agentschap Onroerend Erfgoed, met een totale investering van ruim 1,8 miljoen euro.

De buitenrestauratie werd opgesplitst in twee percelen: een voor de algemene restauratie van dak, gevels, toren en schrijnwerk, en een tweede voor de glas-in-loodramen. Aannemers PIT en Renotec stonden respectievelijk in voor de uitvoering van de werken. Architectenvennootschap Studio Roma stond in voor het ontwerp.

“Alle gevels zijn gereinigd, hersteld en waar nodig hervoegd. De bakstenen bovenbouw van de toren kreeg opnieuw zijn historische witte kleur terug, en de dakbedekking in natuurleien werd volledig vernieuwd. De bijna honderd jaar oude glas-in-loodramen van Edward Steyaert werden gerestaureerd en voorzien van beschermbeglazing. Ook de toren met klokken en torenuurwerk werd in zijn geheel aangepakt. Tegelijkertijd werd de toegankelijkheid van daken en zolders verbeterd, zodat toekomstig onderhoud veiliger en eenvoudiger kan verlopen”, klinkt het bij Greet Geypen.

Restauratie interieur volgende stap

Met deze restauratie wordt de kerk al langs de buitenkant in ere hersteld. Na de buitenzijde wordt ook het interieur van de Sint-Niklaaskerk onder handen genomen. Want achter dit gerestaureerde exterieur schuilt nog een belangrijk tweede hoofdstuk: het interieur.

Het interieur van de Sint-Niklaaskerk is vandaag in een minder goede staat. Door de voormalige gebreken van daken, gevels en hemelwaterafvoer ontstond er ernstige gevolgschade aan de gepleisterde muren en neogotische sjabloonschilderingen, en vooral aan de pleistergewelven. Eind 2021 vielen achteraan in de kerk pleisterdelen van het kruisribgewelf van het middenschip naar beneden als gevolg van een aangetaste houten draagstructuur. Tijdens een inspectie werden de loszittende pleisterdelen verwijderd en begin 2022 werd uit voorzorg een veiligheidsnet aangebracht in het middenschip.

“In de meerjarenbegroting zijn er middelen voorzien om een nieuw restauratiedossier op te maken. Dat we aandacht hebben voor de conservering van waardevolle elementen en dat we zorgen dat deze ruimte opnieuw volwaardig bruikbaar wordt. Met als absolute prioriteit de restauratie van het pleistergewelf, zodat het vangnet kan verdwijnen”, aldus Greet Geypen. “In 2026 wordt het dossier opgemaakt, in 2027 en 2028 voorzien we de uitvoering van de werken aan het interieur. Als alles volgens plan verloopt, is de kerk opgewaardeerd tegen 2029 – precies in het feestjaar waarin Leest zijn 900ste verjaardag viert”.